We werken hard en veel, sparen voor later en dromen van een comfortabel leven. Maar wat als het echte geluk niet in je bankrekening zit, maar in momenten van nu, in gezondheid, vrijheid en herinneringen die je met je gezin deelt? Tijd om stil te staan bij het vinden van een gezond evenwicht tussen carrière, geld en genieten.
Doe Maar schreef er ooit een liedje over: “Werken aan m’n toekomst, voordat de bom valt.”
Een belangrijke boodschap, verpakt in een swingend nummertje. Hard werken, carrière maken en geld verdienen. Maar wat heb je eraan als die bom inderdaad valt? De tijd waarin je keihard hebt lopen ploeteren krijg je nooit meer terug.
Maar stel dat die bom voorlopig níet valt, en je gezegend bent met een lang en gezond leven, midden in een groot gezin. Waar ligt dan de grens tussen keihard werken, geld oppotten en niet te lang wachten met genieten?
Mijn man leefde jarenlang volgens het principe: “Nu ik jong ben, moet ik het verdienen, zodat ik er later – als ik oud ben – van kan genieten.” Hij werkte fulltime bij een interieurbedrijf en daarnaast ook nog in de beveiliging. Een werkweek van 55 tot 60 uur was jarenlang heel normaal.
Met trots zag hij zijn spaargeld steeds verder oplopen. Maar het groeide uit tot een obsessie. Toen die knaken uiteindelijk werd uitgegeven aan een huis en inrichting, kreeg hij zelfs een soort paniekgevoel. Wat nou als… En dan volgde er altijd een doemscenario, terwijl het in werkelijkheid vaak om situaties ging die ook zonder buffer eenvoudig op te lossen zouden zijn.
Maar die zekerheid is verslavend. Weten dat het goed zit, dat je het goed voor elkaar hebt.
Ik daarentegen was precies het tegenovergestelde. Geld zag ik niet als zekerheid voor later, maar als een middel om mijn leven nu leuker te maken. Het brandde altijd in mijn zakken en het uitgeven gaf me bijna een roes, alsof het een soort drug was. Ik leefde naar het gezegde: “In je laatste jas zitten geen zakken.”
Toch moesten we allebei wat meer naar het midden bewegen. Mijn man, omdat hij inmiddels lichamelijk begint te merken dat hij niet voor altijd een jonge god blijft. En ik, omdat ik diep vanbinnen heus wel weet dat het leven niet altijd zo voortvarend zou kunnen blijven gaan, en dat tegenslag je kan overkomen, zelfs als je daar zelf geen schuld aan hebt.
Misschien draait het leven niet om kiezen tussen nú genieten of straks veilig zijn, maar om het vinden van dat fragiele evenwicht. We weten allemaal dat geld zekerheid kan geven, een dak boven je hoofd, kansen voor je kinderen, de luxe om zorgeloos te ademen. Maar herinneringen? Die koop je niet. De mooiste momenten gebeuren vaak onverwacht, en kosten meestal helemaal niets.
En dan is er nog je gezondheid. Je jonge lichaam kan wandelingen over bergpaden aan, lange fietstochten, spontane roadtrips of nachten vol dansen. Later, als je ouder bent, gaat dat allemaal een stuk minder makkelijk.
Je kunt geld sparen tot je erbij neervalt, maar die energie, dat uithoudingsvermogen en die vrijheid van nu? Die zijn onbetaalbaar, en eenmaal weg, krijg je ze nooit meer terug. Niemand zegt op zijn sterfbed, “had ik maar harder gewerkt voor die promotie”.
En toch, hoe vaak schuiven we het geluk vooruit? “Nog even dit project afmaken.” “Nog even sparen voor later.” Voor je het weet, ben je jaren verder en heb je wel een mooi pensioen opgebouwd, maar nauwelijks verhalen om te vertellen.
Dus waar ligt de grens? Wat weegt zwaarder: de spaarrekening die je ooit rust moet geven, of de avonden waarop je zo hard hebt gelachen dat je buik er pijn van deed? Misschien is het antwoord helemaal niet zo ingewikkeld.
Misschien moeten we onszelf gewoon vaker afvragen: "als de bom vandaag valt, heb ik dan echt geleefd zoals ik wilde?"