Als er een sport is waar Nederland bijna altijd op het podium staat is dat wel het schaatsen en dan met name het lange baan schaatsen. Sinds kort begint Nederland ook mooie resultaten te behalen met bijvoorbeeld shorttrack waar Sjinkie Knegt een bekende rijder is.
Bij het schaatsen heeft Nederland op dit moment twee echte boegbeelden al enkele jaren, namelijk Sven Kramer en Ireen Wust. Sven Kramer is op de lange afstanden (5 kilometer en 10 kilometer) reeds vele jaren onklopbaar, hoewel de leeftijd ook bij Nederlands trots langzaam begint te tellen.
Ireen Wust is op dit moment meervoudig Olympisch kampioen en is nu druk in training om weer terug te komen in haar huidige vorm.
Verwacht je dat de hegemonie van de Nederlandse schaatsers doorzet kun je bijvoorbeeld een weddenschap plaatsen op een online sportsbook zoals LeoVegas Sports.
Een ander punt dat op dit moment speelt is dat sponsors niet meer zo warm lopen voor deze schaatsers en vele rijders continue wisselen van team om maar zoveel mogelijk centjes binnen te harken. Komt dit omdat het prijzengeld zo slecht is voor de schaatsers? OneTime ging op onderzoek uit!
De grootste prijs die een atleet, en dus ook een schaatser, kan winnen is natuurlijk een gouden plak op de Olympische Spelen. Bijzonder is dat het prijzengeld voor het plekje op het hoogste podium betaald wordt door de nationale Olympische sportbond en niet door de Olympische Spelen zelf. In Nederland is dit dus NOC-NSF en was dit tijdens de Spelen in Sotsji 30.000 euro voor een gouden race. Een zilveren plak leverde 22.500 euro op en de derde plek tijdens de olympische race leverde nog altijd 15.000 euro op.
De verkeerde wissel van onze Nederlandse held Sven tijdens de Olympische Spelen in 2010 in het Canadese Vancouver heeft hem deze een behoorlijk aantal duizenden euro's gekost, alsmede uiteraard de eer van het behalen van een gouden plak
Schaatsers doen uiteraard meer dan alleen maar 4 jaar trainen voor het Olympisch goud want zo is er ook elk jaar een wereldkampioenschap en een Europees kampioenschap en daarnaast nog wereldbekerwedstrijden.
Er zijn een redelijk groot aantal wereldbekerwedstrijden en van de races wordt uiteindelijk een klassement gemaakt. De top tien geklasseerden rijders krijgen een prijzengeld uitbetaald op het einde waarbij de winnaar naar huis mag met $15.000 en de nummer 2 kan nog altijd $10.000 in zijn zak steken.
Het winnen van een individuele afstand in een weekend levert de schaatser $1.500 op en de nummer 2 en 3 krijgen respectievelijk $1.000 en $800 uitgekeerd aan de eindstreep.
Deze bedragen zijn niet enorm dus het is niet raar dat verschillende schaatsers andere inkomstenbronnen zoeken. Ireen Wust heeft ook commerciële belangen opgebouwd, onder andere met haar reclame voor KPN.
Eens per jaar zitten de Nederlandse televisie kijkers ook weer voor de buis om te kijken naar het wk allround schaatsen om te kijken welke Nederlander het hoogste podium mag betreden.
Het totale prijzengeld dat er in zo'n lang weekend verdeeld wordt is $64.000 en wordt betaald door de internationale schaats unie ISU (International Skate Union). De beste 12 schaatsers krijgen betaald waarbij de nummer 1 $20.000 krijgt en de nummer 2 en 3 respectievelijk $12.000 en $8.000.
Deze bedragen zijn voor mannen en vrouwen gelijk.
Ook het Europees kampioenschap schaatsen wordt eenmaal per jaar gehouden en het prijzengeld hiervoor is echt stukken lager en vind ik persoonlijk enorm laag waardoor het echt nodig is om een sponsor te hebben.
Totaal wordt er $16.500 uitgekeerd aan de deelnemers waarbij de nummer 1 $5.000 krijgt, de nummer 2 $3.000 en de nummer 3 $2.000. Ook hier worden de eerste 12 schaatsers beloond met prijzengeld waarbij de nummer twaalf een soort van troostprijs ontvangt van $250.
Bij het langebaanschaatsen zijn de bedragen nog altijd veel lager dan in bijvoorbeeld tennis of darts, maar er zit wel degelijk serieus prijzengeld in de sport. In de officiële ISU World Cup 2025/26 ontvangt de winnaar van een individuele World Cup-wedstrijd $1.500, de nummer twee $1.000 en de nummer drie $800. Bij teamonderdelen is dat $2.100 voor het winnende team, $1.500 voor plek twee en $1.200 voor plek drie. Over een heel World Cup-seizoen kan het verder oplopen: in het eindklassement per individuele afstand krijgt de nummer 1 $16.000, gevolgd door $11.000 voor plek twee en $8.000 voor plek drie; bij de teamklassementen ligt de hoofdprijs op $5.000. Ook op de kampioenschappen zelf zijn vaste ISU-bedragen van kracht: een wereldtitel in het allround is goed voor $22.000, in het sprint voor $13.000, en een wereldtitel op een losse afstand voor $6.000. Voor de Europese kampioenschappen liggen die bedragen lager, met $7.000 voor allroundgoud, $6.000 voor sprintgoud en $2.000 voor een Europese titel op een losse afstand.
De grootste actualiteit zit hem vooral in de ontwikkeling van de sport. De World Cup 2025/26 bestond uit vijf stops — Salt Lake City, Calgary, Heerenveen, Hamar en Inzell — en diende tegelijk als kwalificatiepad voor de EK afstanden 2026, de Olympische Winterspelen van Milano Cortina 2026 en de WK sprint/allround 2026. Vanaf dit seizoen betaalt de ISU bovendien voor het eerst ook wereldrecordbonussen uit: $5.000 voor een individueel wereldrecord, $15.000 per team voor team pursuit en team sprint, en $10.000 per team voor de mixed relay. Dat maakt schaatsen anno 2026 financieel net wat aantrekkelijker dan voorheen.